Eenling in literaire leegte

(24ste jaargang, nr.1, januari/februari 2018)

Dit nummer komt na acht maanden online beschikbaar.

Begin 20ste eeuw leek de Friese literatuur op sterven na dood. Zelfs Jan Jelle Hof, voorman van de Friese Beweging, vond Fries een volkstaal, geen waarachtige cultuur. Net in die jaren schreef Teatse Holtrop uit IJlst. Maar de tijd zat hem dus tegen. En dan ook nog eens nageroepen te worden als drankzuchtig. Misschien leed hij teveel onder de benepenheid in het kleine IJlst, misschien pruimde het publiek zijn soms wat zware kost (Twa susters, De wylde boerinne) niet. Als een paal boven water staat zijn buitengewone taalbeheersing: zijn vertalingen van Shakespeares Hamlet en Julius Caesar kan men ook zien als aanklacht tegen de toentertijd lamlendige positie van de Friese literatuur.

In deze editie de wortels van de familie Pander, waar wij telg Pier zo goed van kennen. Verder probeert Kees Kuiken vraagtekens rond een merkwaardige schipbreuk in 1567 op te helderen. En Hester Postma ontrafelt de voorgeschiedenis van het Leeuwarder Stationskwartier, dat dit jaar zo’n prominente rol speelt in Culturele Hoofdstad.

Reageren op een artikel? Idee voor een bijdrage? Meld het via de mail (redactiefryslan@upcmail.nl) of op onze facebookpagina of twitterpagina

Laatste online nummers

Fryslan Friese marine