(26ste jaargang, nr. 3, mei/juni 2020) Dit nummer komt na acht maanden online beschikbaar.coverFryslan mei juni 2020 288x350

Friesland was van begin 20ste eeuw tot in de jaren zestig bespikkeld met zuivelfabrieken. Ze produceerden niet alleen kaas en boter, maar ook veel afvalwater. Dat ging linea recta de dichtstbijzijnde sloot in, met als gevolg stank en vissterfte, vooral ’s zomers. Maar de dorpelingen zagen dat zelden als probleem. It fabryk was immers ook meestal de grote werkgever in het dorp. Provincie en waterschap probeerden al in de jaren vijftig maatregelen op te leggen, maar veel hielp dat niet.

Concentratie van lozingen, het verregenen ervan, wei aan kalveren voeren: het schoot niet op. Echt zoden aan de dijk werden pas gezet toen de fabrieken massaal sloten en de overblijvende fabrieken op het riool werden aangesloten. Ronald Plantinga en Roelof Veeningen spitten deze ontwikkeling uit.
Zijn grafsteen in Loënga laat in niks vermoeden dat de herdachte, Sipke Huismans, een felle strijder voor het Fries was. Doeke Sijens vertelt. 
Bijzonder zijn twee artikelen van strijders van een andere, elkaar tegengestelde zaak, eind 18de eeuw: de patriot Ale Bakker en de Oranjeklant Abel Reitses.

 

Reageren op een artikel? Idee voor een bijdrage? Meld het via de mail (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) of op onze facebookpagina of twitterpagina