Maart 2013
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

Halverwege april is het voor Friesland 68 jaar geleden dat een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Ook al is hier nauwelijks gevochten en gebombardeerd, vonden geen massale deportaties of executies plaats, voor hen die het meemaakten, bleef de oorlog levenslang een traumatische gebeurtenis. Die oorlog is voor steeds minder mensen een persoonlijke herinnering, voor steeds meer geschiedenis, dus herinneringen van anderen: gevat in verhalen, verteld en beschreven, en beelden. Heeft de persoonlijke herinnering de neiging de uitersten te versterken, het beeld uit de geschiedenis verandert met de tijd. Het Friese Verzetsmuseum in Leeuwarden is daar een goed voorbeeld van. Erik Somers van het NIOD (die op dit onderwerp gaat promoveren) beschrijft hoe het Verzetsmuseum zich ontwikkelde van een particuliere verzameling spullen over het Friese verzet tot een museum dat het bredere verhaal vertelt over de oorlog in Friesland. Het begrip 'verzet' blijft natuurlijk belangrijk, maar is in de naam alleen gehandhaafd vanwege de naamsbekendheid.

Bijna vergeten zijn de avonturen -zo mogen we ze wel noemen- van de zogeheten Oostlanders; boeren die in de door Hitler veroverde slavische gebieden de arische verworvenheden moesten uitbouwen. Uit hun relaas, opgetekend door Kerst Huisman, blijkt dat de oorlog geen verhaal is van zwart of wit, maar van een diffuus scala grijstinten. Minder ver weg, maar zeker zo beangstigend, is het lot van naasten in het gebombardeerde en brandende Rotterdam. Aly van der Mark vond bewogen brieven van haar ouders.
In deze Fryslân de eerste van een serie overdrukken uit de schitterende stadenatlas van Frederick de Wit, uiteraard beginnen we met Leeuwarden, ingeleid door Reinildis van Ditzhuyzen en Kerst Huisman. Ook een lieflijk ontdekkingverhaal: Jan Mulder vond na veel en gedegen speurwerk de plekken terug die begin 19de eeuw op een behangselschildering zijn vereeuwigd en die twee eeuwen lang een Leeuwarder patriciërshuis sierden.
Vooral eigenaardig is Doeke Sijens' relaas over Eelco van Kleffens. Van Kleffens is als onkreukbare held uit de financiële wereld iemand uit een ander tijdperk. Hij was de vleesgeworden nuchterheid, waarmee zijn bijna-gedweep met zijn Friese wortels in tegenspraak lijkt.
Nelleke IJssennagger haalt weer een andere mythe overhoop: uit onderzoek naar het skelet van Oosterbeintum blijkt dat de bewoners in de Vroege Middeleeuwen nogal mobiel waren en zeker niet een levenlang op dezelfde plek bleven: er woonden hier verbazend veel migranten.