November 2012
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

Nederland is een zeevarende natie, al vele, vele eeuwen lang. Friesland is dat, als kustprovincie pur sang, zeker niet minder. De Noordzee heette in de Middeleeuwen Friese Zee, om maar wat te noemen. Maar ondanks dit roemruchte verleden als zeevarende natie weten we eigenlijk nog verbazingwekkend weinig van onze maritieme geschiedenis. Zo vertoont de kennis van de economische betekenis van de zeehandel op het Balticum -de bakermat van onze welvaart- nog vele hiaten. Dankzij de noeste nijver van de klerken van de Deense koning komt daar langzaam verbetering in. Van 1497 tot 1857 hielden zij ten bate van 's konings tolheffing in de Sont nauwgezet bij wat zoal voorbijtrok, zo'n 1.800.000 scheepsbewegingen. Liefst 700 dikke, handgeschreven banden melden schippers, hun woonplaats, lading, scheepstype, herkomst, bestemming. Tresoar en de Rijksuniversiteit Groningen zijn nu bijna drie jaar bezig deze ontzagwekkende berg gegevens te digitaliseren (zie www.soundtoll.nl) zodat wetenschappers en sneupers statistische analyses kunnen uitvoeren en daarmee nieuwe verbanden leggen.

Dat is zeker ook voor het onderzoek naar de geschiedenis van de Friese scheepvaart van belang. Immers: bij gebrek aan stapelfunctie in onze havens en zonder noemenswaardig achterland is hier ter lande amper kennis voorhanden om beter inzicht te krijgen in dit toch spannende aspect van ons Friese verleden.

In deze Fryslân staan artikelen die blijk geven van nieuwverworven kennis. Hanno Brand, wetenschapper bij de Fryske Akademy en betrokken bij het Sonttol-project en vooral ook met de zogeheten Sailing Letters (documenten van door de Engelsen gekaapte Friese schepen), schreef een mooi overzicht van de vroegmoderne Friese zeevaartgeschiedenis. Ben Stenekes is al jaren noest bezig eindeloze analyses te maken van de wonderbaarlijk grote rederskolonie op Vlieland. Eindelijk kan hij hierover publiceren. De geschiedenis van Oost-Vlieland blijkt alles te maken te hebben met de strijd van de watergeuzen. Jelle Jan Koopmans is druk met promotie-onderzoek op grond van de gegevens van de Sonttolanalyses. Hij schrijft over de familie Kingma van Makkum; succesvolle schippers en reders. En de bijdrage van Hugo ter Avest gaat over de ontegenzeggelijk belangrijkste zeehaven, Harlingen. In de rubrieken een spannend verhaal over de wonderlijke levensloop van wildebras Tjalling Terpstra, Fries Beweger in vele opzichten. Een spectaculair leven met bizarre wendingen kreeg een sensationeel einde. En wat te denken van de koppige volharding van Anne Bajema, uitvinder van een revolutionaire melkmachine? Hem lachte aan de horizon eeuwige roem en welvaart toe, maar het einde was treurig. En wat heeft het overvloedige oude Friese petiele eigenlijk te maken met de Friese taalstrijd? En met Simke Kloosterman? Een bijzonder hoekje in het depot van het Fries Museum is ingericht voor de zogenoemde donderbeitels uit het land van jonker Van Swinderen in Gaasterland, bij Rijs. Lang werd gedacht aan het enige Friese hunebed. Maar nader onderzoek wees uit dat het gaat om een veel zeldzamer steenkist. Eelke Lok mag graag de geesten in Friesland prikkelen met een scherpe stelling. Vaak houdt hij ons een spiegel voor. Nu lijkt hij tijdelijk last te hebben van wat moedeloosheid: Fryslân sliept! Maar Eelke zal niet nalaten ons snel weer wakker te schudden.