Juli 2012
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

Het is moeilijk meer voor te stellen dat sport vroeger een ietwat obscure bezigheid was voor ofwel mensen met tijd, geld en malle ideeën, ofwel 'fanatiekelingen'. Anderhalve eeuw geleden was sport, zeker in Friesland, een kleine bijzaak die soms snel kon uitgroeien tot een hoofdzaak. Sport werd gezien als een vorm van variété (passief), soms om gauw geld en roem te verdienen (schaatsen en kaatsen). Meestal lag de organisatie in handen van kasteleins en lang stond meedoen in het teken van geldprijzen willen winnen. Veel voetbalvelden waren tot diep in de 20ste eeuw in eigendom van de kroegbaas. Het speelveld was doorgaans het verlengde van het dranklokaal.

 

Rond 1900 kregen veel sporten een vastere organisatiestructuur en daarmee een basis voor sterke groei en bestendigheid. Kaatsen is daarvan een uitstekend voorbeeld, zoals in deze Fryslân valt te lezen: het bleef van belang om stad en land af te reizen om geldprijzen te winnen, maar steeds meer om de eer van je eigen dorp. Het verenigingsleven zoals dat heden ten dage ter discussie staat (de individualist wil tegenwoordig kunnen 'shoppen' en niet langer vastzitten aan clubverplichtingen) is bij uitstek de organisatievorm die van sport een (actieve) massa-bezigheid heeft gemaakt die in (passieve) publieke belangstelling zijn weerga niet kent. Pim Mulier, van Witmarsum, heeft hierin een onuitwisbare indruk gemaakt; denk aan het schaatsen (Elfstedentocht).
De sporter voegt zich al een eeuw in de werkwijze van de clubstructuur: dat is zijn kader. Maar de andere kant van sport is de held: daarin leeft nog altijd de variété-vorm door: we kijken nu eenmaal graag naar iemand die met zijn lichaam grootse prestaties behaald. Abe Lenstra is wat dit betreft Frieslands grootste held: wie wil niet zo goed zijn als hij?

Het is vreemd dat sport vandaag de dag zó'n belangrijke rol speelt, maar tegelijkertijd nauwelijks onderwerp is van (academisch) onderzoek. Niet zonder trots presenteert Fryslân vier artikelen over de beginjaren van de sport in Friesland van academische oorsprong, waarvan twee van promovendi.

In deze tijd van het jaar bloeit de cichorei. In Fryslân een artikel over het betekenisvolle verleden van deze mooie plant.
Willem Loré is een vergeten waterstaatsingenieur, maar zijn werken zijn in onze provincie nog zichtbaar, bijvoorbeeld bij de westelijke kustverdediging. Wat was ook weer zijn 'glooiende dijkhelling'?
Koutille is een plek bij Franeker die weinigen meer wat zegt. Jammer, want dit was een belangrijke oversteek.
Ruurd Tjallema van Sneek was verfmaker. Een portret van de man wiens fabriek uiteindelijk door Akzo werd opgeslokt en uit Sneek verdween.