Juli 2011
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

Het is maar goed dat het befaamde bronzen beeld van ús mem in Leeuwarden op een sokkel staat, dan lijkt deze oer-Friese koe nog een beetje imposant. Ze is eigenlijk maar een kleintje. Zulk praat moest je begin jaren vijftig, toen over de vorm van het beeld werd nagedacht, niet hebben. De maker, de Leeuwarder kunstenaar Gerhardus Adema, werd bij wijze van spreken horendol van de bemoeizucht van vooraanstaande veefokkers: geen detail ontsnapte aan hun aandacht en voortdurend liepen ze de kunstenaar met nieuwe eisen voor de voeten.

Het in 1954 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Friesch Rundvee Stamboek onthulde beeld ligt -figuurlijk- aan gruzelementen: zulke kleine koeien lopen er niet meer rond. Begin jaren zeventig ging het roer om en nu zijn bijna alle koeien op melkveehouderijen Holstein Friesians. De melkgift, want daarom draait het toch voor de boer, is verdubbeld en loopt intussen richting de 10.000 liter per jaar.

De roem van de Friese koe is geschiedenis. Een mooie geschiedenis, want vol van hoogte- en dieptepunten, van glorie en drama. Van aansprekende veefokkers, imposante export en nog altijd grote economische betekenis, al is bijna alle zuivelindustrie uit Friesland vertrokken. De koe spreekt sterk tot de verbeelding. Heilig is ze dan wel niet, gekoesterd en geknuffeld wordt ze zeker. Een licht waggelende schoonheid is ze, met als onmisbaar spiegelbeeld de stoere stier. Veel mensen beleven plezier aan het schilderen van koeien en stieren, wat nog niet meevalt. Deze Fryslân verhaalt over 'onze' Friese koe. Wie kan dat beter dan Reimer Strikwerda? Deze Friese boerenzoon volgde de veefokkerij decennia achtereen van nabij en publiceert er nog regelmatig over.

In deze Fryslân ook een biografie over het boeiende leven van uitvinder/kunstenaar Abe Gerlsma, van o.a. de snarenbedpootmachine. In het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld loopt over hem momenteel een mooie tentoonstelling: kunst en boerenark, een mooie combinatie voor een uitje. Nogal dramatisch, bijna aandoenlijk is het lot geweest van Binne Veltman, liefdevol door Doeke Sijens besproken. De dood vinden achter de piano, door bliksem: dat is op z'n minst origineel. Over een bijzondere aankoop van kinderkleding door het Fries Museum schrijft Gieneke Arnolli. Er nog onderzoek nodig om precies te achterhalen hoe en wat. Peter Karstkarel pakt uit met een overzicht van chaletbouw in Friesland. Daar is toch nog veel van te zien. Vaak zijn de panden met aandacht en liefde gebouwd, dus heel verwonderlijk is het niet dat er nog zoveel van te zien is. Maar we blijven Nederlanders: hier en daar moest het ook nuttig zijn, bijvoorbeeld met inspringingen bij sluiswachterhuisjes, zodat de sluiswachter van binnenuit aankomende schepen kon zien. Koperslager Jan Dijkstra is op de achterkant te zien op een manier die tijdens zijn leven zelden voorkwam: in volle glorie. In zijn lange werkzame leven was hij immers min of meer opgesloten in zijn krappe, benauwde en bar ongezonde werkplaats.