Maart 2011
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

De maarteditie van Fryslân gaat over wateroverlast. Dat is een "eeuwig" actueel thema in Friesland. Ga maar na: het langste stuk buitengrens is water, tot de aanleg van de Afsluitdijk (eigenlijk 'Afsluitdam') zout water. En dan heeft de Friese bodem ook nog een onhandig reliëf. Er is wat afgeploeterd om het watermonster te bedwingen. En nog altijd beroert het thema 'Het water komt' die Friese gemoederen.

In een knap bondig betoog legt Siem van der Woude uit hoe de afvoer van het zoete water in Friesland is geregeld. Door de natuur en door de mens. Het is niet zo dat de provincie mooi afloopt van hoog bij Appelscha tot laag bij Harlingen, zodat het overtollige hemelwater vanzelf afvloeit. We hebben immers het Lege Midden. Misschien denkt menige watersporter die dat prachtige gebied doorkruist wel dat 'Lege' 'leeg' in de zin van 'uitgestorven' betekent. Dat is niet zo: het is 'leeg' in het Fries, laag dus. Het water loopt daar van nature heen en niet zo makkelijk weer weg.
Een fiks deel van Friesland bestaat uit veengrond. Daar werd vroeger zó rigoureus turf gewonnen, dat de mens zijn eigen wateroverlast creëerde. In Fryslân een Opsterlands voorbeeld uit niet eens zo lang vervlogen dagen.

Frieslands icoon van de strijd tegen het water is natuurlijk zonder meer 'ons' Woudagemaal. Jelle Hagen vertelt nu eens het verhaal over de man achter deze machtige stoomkathedraal. Wouda blijkt wel wat meer te hebben gepresteerd.
Bijzonder boeiend is de beschrijving van de watersnoodramp van 1825. Frits David Zeiler is uitstekend in deze geschiedenis ingevoerd en schetst een beeld van enerzijds ontstellende verwoesting, anderzijds van adembenemend snelle actie om de nood te lenigen.

Van de hand van kenner bij uitstek Meindert Schroor is het artikel dat voor menige lezer volkomen nieuw zal zijn. Het gaat over de bouw van versterkingen door de Saksische en Habsburgse heren van Friesland, in het bijzonder de zogeheten blokhuizen van Stavoren en Harlingen. Deze aanleg blijkt verantwoordelijk voor de bijzondere kustlijn bij beide steden.

Je rijdt er achteloos aan voorbij: ogenschijnlijk loze plukjes bomen in het land. Ze zijn op tal van plaatsen te vinden. Hans Koppen verklaart de droevige geschiedenis erachter. Dan ga je er toch anders tegenaan kijken: de bosjes krijgen een verhaal en betekenis. Een nog een beetje winters onderwerp gaat over kleine kunstvoorwerpen die vroeger als aandenken werden gekocht bij een grote schaatsprestatie. Heen en weer over de Zuiderzee; dat was toch wel een mooi mosterdpotje waard.

En er is een nieuwe columnist, niet de minste: Eelke Lok. Hij gooit de stelling op tafel dat 'wij Friezen' eigenlijk, eh..; nou, lees dat zelf maar. In de nieuwe Fryslân.