November 2010
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand) 

Onze voorouders waren lang niet zo degelijk als wij denken. Spil- en speculatiezucht waren ondeugden die onder de gegoede Nederlanders wijdverbreid waren. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, een ideële instelling, begon in de 19de eeuw met het propageren van het sparen en richtte daarvoor spaarbanken op. Naar haar overtuiging zou spaarzaamheid de arbeidersbevolking zelfbewust en onafhankelijk maken. Dat lukte wonderwel: in anderhalve eeuw werden de Nederlanders een zeer spaarzaam volkje.

Het Nederlandse bankwezen belandde in 1924 in een soortgelijke crisis als in 2008. Het was de later zo verguisde minister-president Hendrik Colijn, die het Nederlandse bankwezen met steunmaatregelen overeind hield. Al daarvoor was het vertrouwen van de bevolking in de soliditeit van de banken tot een dieptepunt geslonken. Zo kon in 1921 één enkele broodventer een run op de spaarbank in Leeuwarden veroorzaken. Die echter nog op het nippertje gered kon worden.

Dit is slechts een kleine greep van wat er in de verschillende artikelen aan de orde komt. Er is veel overeenkomst met het verleden. Maar er zijn ook grote verschillen. Processen als schaalvergroting en globalisering hebben het Nederlandse bankwezen in hun greep gekregen. Gelukkig is de Friesland Bank zich zelf gebleven. Een bank die in Friesland geworteld is en die zich naar buiten, want de Friesland Bank is allang geen regionale bank meer, identificeert met elementen uit de Friese cultuur. Daarmee heeft zij succes. Wat ook weer afstraalt op Friesland en de Friezen. Hetzelfde doet ook het Koninklijk Fries Genootschap. Vandaar dat de presentatie van dit themanummer - heel toepasselijk – op het hoofdkantoor van de Friesland Bank gebeurde.