(21ste jaargang, nr.6, november/december 2015)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Er gaat geen dag voorbij of er staat wel een archeologische vondst in de krant. Wat daarbij opvalt is dat ze almaar spectaculairder lijken te worden: gevolg van de ook in die tak van wetenschap voortwoekerende publicatie-rat race?
Toenemende ergernis over drieste conclusies op grond van mager bewijs in de Friese archeologie beweegt Kerst Huisman ertoe een paar opvallende voorbeelden kritisch tegen het licht te houden.

Zo stoelt de kreet 'Friezen voerden doden aan honden' op slechts weinige vondsten. Er is immers nooit een volledige terp wetenschappelijk onderzocht, ook al omdat veruit het meeste verloren is gegaan. Bekend is dat veruit het meeste aardewerk simpel en onversierd was, maar dat is als oninteressant weggegooid, waarna het weinige wèl versierde onder een vergrootglas kwam te liggen.
Verderop een Fries relict waar eveneens weinig van bewaard bleef: poortgebouwen, in dit geval bij Sjuxma. Verder het laatste deel over de familie Canter Visscher in India, een voorpublicatie van het historisch onderzoek naar de oorsprong van het Friese paard en een bijzondere studie naar de zakelijke banden van een Harlinger familie met een Surinaamse suikerplantage, mèt slaven.