Dame met pit

Trui Jentink (1852-1918) was een ‘pittige figuur die geen blad voor de mond nam.’ Ze schreef haar vingers blauw en hield felle toespraken over de rechten van vrouwen en de noodzaak van drankbestrijding. Opgevoed in een deftig Nederlands milieu gebruikte ze meestal het Fries.

Succesvol ambachtsman

Hoite Goderts Born kwam uit een slecht nest, groeide op in een Amsterdams tehuis, maar maakte carrière in het ambacht van loodgieter en leidekker, aan de Amelandspijp in Leeuwarden. Hij kreeg prestigieuze opdrachten en wist ook als vastgoedhandelaar van wanten.

Walvisvaart van Vlieland

‘Als wegwijzers staan witte walvischkaken’ dichtte Slauerhoff. In 1919 schilderde Betzy Akersloot-Berg deze merkwaardige grafpalen. Gedicht, schilderij en grafmonumenten verwijzen naar een onderbelicht fenomeen: het opvallend grote getal Vlielander commandeurs dat in de Gouden Eeuw bij de walvisvaart was betrokken.

Levende Friese identiteit

‘Tiden hawwe tiden’ is de weerslag van een studie naar de geschiedenis van de Friese dierenrassen, landbouwgewassen en fruitrassen. Hiermee legde Johannes Spyksma onvermoeibaar het fundament onder de kennis van het Friese levend erfgoed, in zijn ogen deel van de Friese identiteit.