Nummer 1 (1839)

  • E. Binkes, ‘Over eene nederzetting of volkplanting der Friesen in Zwitserland, benevens eenige aanmerkingen over den tocht der Friesen naar Rome,’ De Vrije Fries 1 (1839) 1-63.
  • J.D. Ankringa, ‘Jan Bonga, 1580,’ De Vrije Fries 1 (1839) 64-69.
  • A. Telting, ‘Brief van Goslick Colonna, Hopman over eene compagnie Franeker burgers, aan de Magistraat der stad Franeker,’ De Vrije Fries 1 (1839) 70-75.
  • U.A. Evertsz, (met naschrift van Hettema), ‘Suffridus Petrus, en niet Suffridus Petri,’ De Vrije Fries 1 (1839) 76-77.
  • W.W. Buma, Aanstelling van Suffridus Petrus tot Historieschrijver van Friesland,’ De Vrije Fries 1 (1839) 78-82.
  • R. Posthumus, ‘Eene lijst en korte opheldering van eenige Friesche woorden, spreekwijzen en spreekwoorden,’ De Vrije Fries 1 (1839) 83-92, 233-248 .
  • J.W. de Crane, ‘Herinneringen van Martena-Huis te Franeker,’ De Vrije Fries 1 (1839) 93-163 .
  • M. Hettema, ‘Gedachten bij het lezen van het Idioticon Frisicum, of woordenboek van bijzonder in Friesland gebruikelijke woorden en spreekwijzen, door Ev. Wassenbergh,’ De Vrije Fries 1 (1839) 164-187.
  • R. Posthumus, ‘Proeve van de taal, zoo als dezelve op het eiland Schiermonnikoog gesproken wordt,’ De Vrije Fries 1 (1839) 188 .
  • J.W. de Crane, ‘Het aloud geslacht Martena, in genealogisch overzigt voorgesteld,’ De Vrije Fries 1 (1839) 189-232 .
  • J.G. van Blom, ‘De reedryder,’ De Vrije Fries 1 (1839) 249-250 .
  • U.A. Evertsz, ‘Wat kan niet een scheidteeken te weeg brengen!,’ De Vrije Fries 1 (1839) 251-256 .
  • A. Deketh, ‘Penningkunde,’ De Vrije Fries 1 (1839) 257-262.
  • M. Hettema, ‘Hoe dae Fresen toe fridom koemen,’ De Vrije Fries 1 (1839) 263-276.
  • J.W. de Crane, ‘Mr. J.W. de Crane aan de lezers van beide zijne verhandelingen: Herinneringen van Martena-Huis en Het aloud geslacht Martena,’ De Vrije Fries 1 (1839) 277-295.
  • M. de Haan Hettema en A. van Halmael, ‘De lof van het landelijk leven. Horatius, Epod. II. In het Oud-Friesch overgebracht door Jr. Mr. M. de Haan Hettema. Met de Nederduitsche vertaling van Mr. A. van Halmael Jr.,’ De Vrije Fries 1 (1839) 296-301.
  • M. de Haan Hettema, ‘Vermaecklijck sotte-clucht van een Advocaet ende een Boer, op ‘t plat Friesch,’ De Vrije Fries 1 (1839) 302-320.
  • W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van eene zilveren medaille of Frieschen gelegenheidspenning voor Michiel Högelcko,’ De Vrije Fries 1 (1839) 321-341 .
  • A. Telting, ‘Beschrijving van een oud sigillum secretum der stad Leeuwarden,’ De Vrije Fries 1 (1839) 342-344 .
  • H. Baerdt van Sminia, ‘Het geslacht Aebbinga te Hijum en Hallum,’ De Vrije Fries 1 (1839) 345-355 .
  • M. de Haan Hettema, ‘Helgolandsch,’ De Vrije Fries 1 (1839) 356.

Laatste online artikelen