(20ste jaargang, nr.6, november/december 2014)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Bij het begin van de ontdekkingsreizen van Nederlanders, eind 16de eeuw, was al snel duidelijk welke duizelingwekkende winsten behaald konden worden met producten die Azië wel voortbracht en die wij, met name op tafel, node misten. Maar de tocht naar de Oost was lang en gevaarlijk. Toen iedereen ervan overtuigd was dat de aarde inderdaad rond moest zijn, bedachten slimmeriken dat je veel sneller langs de noordroute kon dan helemaal om Kaap de Goede Hoop. Het hele land was al snel in de ban van deze zogeheten Noordpassage. Maar enkele dure proeven later bleek dit pad onbegaanbaar, want teveel ijs. Toch haalden de pioniers profijt uit hun gevaarlijke zoektocht.

Lees meer...

(20ste jaargang, nr.5, september/oktober 2014)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Dagelijkse dingen worden snel sleur: we staan er weinig bij stil, maken er bijvoorbeeld nooit foto’s van, en beschrijven ze evenmin. Historisch onderzoek wordt er gelukkig steeds meer naar gedaan want ‘Alledaagse geschiedenis’ is populair. In deze Fryslân gaat het om wat zoal ter tafel kwam in Friese huisgezinnen, met nadruk op de enorme veranderingen in het laatste kwart van de 18de eeuw en de eerste helft van de 19de eeuw.

Lees meer...

(20ste jaargang, nr.4, juli/augustus 2014)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Jacob van Lennep, toch wel wat gewend, kwam bijna woorden tekort om in 1823 de pracht te beschrijven die voor zijn voeten lag toen hij onder Rijs aan de boorden van de Zuiderzee stond: ‘Maar hemel! Als ’t heuvelpad en ’t dennenwoud verdwijnen, maakt ons een betoverend toneel zeer opgetogen. Wat zien we aan onze voet en over ’t koren verschijnen? (..) ’t Zijn, schone Zuiderzee, uw witbeschuimde wateren, die, schromend leed te doen aan zo een oord, de kusten groeten, en met zacht en vreedzaam klateren op ’t zandgruis breken dat zij voeren aan hun boord.’

Lees meer...

(20ste jaargang, nr.3, mei/juni 2014)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Het is een sprookje dat Marijke Meu als eerste in Friesland aardappels at, in 1742. Wel was dat een slimme reclamezet: als iemand van vorstelijke bloede deze rare knol at, moest ze wel veilig zijn. In werkelijkheid werden aardappelen al decennia voor Marijke Meu gegeten; het was relatief goedkoop volksvoedsel, dat weinig eisen aan grond en klimaat stelde. Sedertdien onderging deze teelt vele hoogte- en dieptepunten tot ze zich vooral in de Friese kleistreek ontwikkelde tot een economische factor van formaat.

Lees meer...

(20ste jaargang, nr.2, maart/april 2014)
Klik op de afbeelding voor het complete digitale nummer (pdf bestand)

Friesland houdt van toneel: bijna elk dorp heeft zijn eigen gezelschap, van Achlum tot IJsbrechtum. Jubbega telt er zelfs vier. De meeste spelen in het Fries. Maar liefst 138 gezelschappen zijn aangesloten bij de Stichting Amateurtoaniel Fryslân die opleidingen biedt en wedstrijden houdt om de kwaliteit te verbeteren. Die Friestalige toneelcultuur begon omstreeks 1860 toen in Koarnjum de eerste toneelvereniging werd opgericht. Al actief sinds het eind van de 19de eeuw zijn de gezelschappen Halbertsma uit Wergea, Tesselschade uit Hurdegaryp en Rjucht en Sljucht uit De Tynje. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de kiem gelegd voor een professioneel theatergezelschap en in 1965 ontstaat de voorloper van Tryater, het oudste beroepstoneelgezelschap in Nederland. Volgend jaar viert Tryater het gouden jubileum.

Lees meer...